Ik kan me voorstellen dat je bij deze titel denkt: maar ik bén toch gewoon een vrouw?
Ja. Natuurlijk.
Met “meer vrouw durven zijn” bedoel ik dan ook niet dat je je anders moet gaan gedragen of kleden of ineens een zachte, volgzame vrouw moet worden. En al helemaal niet dat vrouwen terug zouden moeten naar een traditionele rol waarin de man bepaalt en de vrouw alleen maar "ja en amen" zegt.
Ik bedoel iets anders.
Wat gebeurt er als je als vrouw weer meer ruimte maakt voor de kanten van jezelf die in een leven van werken, zorgen regelen en doorgaan gemakkelijk naar de achtergrond verdwijnen? Je lichaam. Je gevoel. Je verlangen. Je vermogen om te ontvangen. Je zachtheid. Je speelsheid en misschien ook wel een beetje je ondeugendheid.
Want je kunt ontzettend krachtig zijn en tegelijkertijd steeds verder van je lichaam af raken.
Als ik spreek over vrouwelijke en mannelijke energie, heb ik het daarom niet over mannen en vrouwen. Het zijn kwaliteiten die in ieder mens aanwezig zijn. Je zou ze grofweg kunnen omschrijven als de energie van ontvangen, voelen, aanwezig zijn en laten ontstaan aan de ene kant, en de energie van richting geven, handelen, beslissen en bewegen aan de andere kant.
We hebben ze allemaal nodig.
Alleen zie ik bij veel vrouwen dat het doen, regelen en dragen zo vanzelfsprekend is geworden, dat de andere kant steeds minder ruimte krijgt. Niet omdat er iets mis is met daadkracht, maar omdat je zo gewend raakt aan sterk zijn, dat je nauwelijks nog merkt wat er ondertussen in je lichaam gebeurt.
Dan kun je als vrouw ontzettend krachtig zijn en je toch niet echt verbonden voelen met jezelf.
En misschien is dat wel waar ik met “meer vrouw durven zijn” op doel.
Niet minder kracht.
Maar meer ruimte voor een andere kwaliteit van kracht.
Ik werk al jaren met vrouwen en steeds opnieuw kom ik bij dezelfde vraag uit: wat gebeurt er wanneer een vrouw weer meer aanwezig raakt in haar eigen lichaam?
Niet alleen in haar hoofd, waar vaak al zoveel gebeurt. Niet alleen in alles wat ze moet regelen, dragen en oplossen. Maar ook in haar gevoel, haar bekken, haar verlangen en haar zachtheid. De ruimte om niet voortdurend te hoeven vechten, presteren of bewijzen dat ze het allemaal wel aankunt.
Want vrouwen zijn daar ontzettend goed in geworden. We kunnen werken, ondernemen, zorgen, regelen, zwanger zijn, kinderen opvoeden, voor ouders zorgen én doorgaan. En dat is mooi. Ik ben zelf ook zo geworden en het heeft me óók veel gebracht.
Maar ik ken ook de andere kant.
Mijn eigen relatie
In het begin van mijn relatie met Han leunde ik behoorlijk op hem. Ik haalde veel zekerheid uit onze relatie en uit het gevoel dat hij er was. Een deel van mijn houvast lag buiten mij.
Later werd ik juist steeds zelfstandiger. Ik kon het allemaal zelf. En ook dat voelde als kracht.
Nu ik daarop terugkijk, zie ik dat afhankelijkheid en overdreven onafhankelijkheid misschien dichter bij elkaar liggen dan ik dacht. In beide gevallen kan je aandacht heel erg bij de ander komen te liggen. Bij wat hij doet, wat hij nodig heeft, wat hij van je vindt, of juist bij het bewijzen dat je hem helemaal niet nodig hebt.
Terwijl er volgens mij een andere vraag onder ligt:
Hoe ben ik wanneer ik bij jou ben?
Dat is voor mij een veel interessantere vraag geworden.
Wat gebeurt er in mijn lichaam wanneer jij dichterbij komt? Wat gebeurt er met mijn verlangen? Waar voel ik ruimte en waar voel ik spanning? Waar pas ik me aan en waar voel ik dat iets voor mij niet klopt? Waar spreek ik me uit en waar houd ik me in?
Ik merk dat dit juist in mijn huidige situatie heel zichtbaar wordt. Han en ik zijn uit elkaar, maar wonen nog op hetzelfde erf (hij in de praktijk en ik in het woonhuis waar ik nu mijn praktijk heb) en hebben daardoor nog veel contact. Dat is soms behoorlijk intens. Je wordt steeds opnieuw geconfronteerd met het feit dat wat jarenlang vanzelfsprekend was, veranderd is.
Tegelijkertijd is het ook een enorme oefening in wat ik zelf al jaren aan vrouwen leer.
Ik merk steeds sneller wanneer ik weer in een oude beweging schiet. Wanneer ik automatisch voor hem wil zorgen of iets voor hem wil invullen, wat ik helemaal niet zeker kan weten. Wanneer ik mezelf wil aanpassen. Wanneer ik iets anders wil zeggen dan wat ik werkelijk vind, omdat dat misschien makkelijker is.
En hoe meer ik mezelf daarin blijf voelen, hoe meer er ook iets verandert in ons contact.
Niet omdat het ineens makkelijk is. Het blijft soms echt heel pijnlijk en ingewikkeld.
Maar ik merk dat ik minder hoef te trekken, minder hoef te zorgen en minder hoef te reageren vanuit een oud patroon. Ik kan duidelijker zijn over wat voor mij klopt. Of juist oprecht zeggen dat ik het moeilijk vind of het allemaal gewoon raar en klote vind.En vervolgens te ervaren dat hij dat op zijn beurt niet voor mij hoeft op te lossen of weg hoeft te nemen. Ik kan in de ervaring blijven doorvoelen, zonder het te willen fixen, veranderen, begrijpen of op te lossen. En gek genoeg lijkt er daardoor juist meer ontspanning te ontstaan tussen ons.
Dat vind ik interessant.
Ruimte tussen man en vrouw
Want misschien gebeurt er iets vergelijkbaars in de ontmoeting tussen een vrouw en een man wanneer een vrouw meer bij zichzelf blijft. Niet omdat ze dan ineens “vrouwelijk genoeg” is en een man daardoor vanzelf mannelijk wordt. Zo simpel is het natuurlijk niet. Maar wanneer een vrouw niet voortdurend hoeft te controleren, dragen, pleasen of bewijzen, verandert er wel iets in de dynamiek.
Er kan ruimte ontstaan.
Ruimte voor een man om zelf initiatief te nemen. Om niet voortdurend te hoeven presteren. Om ook zijn zachtheid en kwetsbaarheid te laten zien. Om niet het gevoel te hebben dat hij moet vechten om ruimte of voortdurend iets moet oplossen.
En misschien kan een vrouw dan ook iets anders ervaren. Dat ze niet hoeft te kiezen tussen sterk zijn en zacht zijn. Dat ze een man niet nodig heeft om zich veilig te voelen, maar hem wel werkelijk kan toelaten. Dat ze kan verlangen zonder zichzelf kwijt te raken.
Daar zit voor mij een veel diepere vorm van vrouwelijkheid. Niet afhankelijk zijn van een man. Maar ook niet voortdurend hoeven bewijzen dat je hem niet nodig hebt. Gewoon zo stevig in jezelf aanwezig zijn dat je kunt kiezen voor verbinding.
De vrouw die blijft
Dat is ook waarom ik mijn traject De vrouw die blijft zo bewust als een langdurig traject heb vormgegeven.
Het traject was eerst zes maanden. Inmiddels heb ik het verlengd naar negen maanden. Omdat ik steeds meer zie hoe diep sommige patronen kunnen zijn ingesleten. Een olifantenpaadje dat je al jaren loopt, verdwijnt niet omdat je één keer hebt gezien dat het er ligt. Een inzicht kan enorm veel in beweging zetten. Een mooie ervaring kan je laten voelen dat het ook anders kan. Maar daarna begint het eigenlijk pas.
Want de volgende keer dat je geraakt wordt, staat dat oude paadje er gewoon weer. Juist dan wil ik dat er ruimte is om te oefenen. Om te merken wat er gebeurt. Om terug te kijken. Om opnieuw te voelen. Om soms weer op dat oude pad terecht te komen en het de volgende keer iets eerder te herkennen.
Dat is iets heel anders dan één losse sessie waarin je een mooie ervaring hebt. Een reis van negen maanden in jezelf geeft de mogelijkheid om iets niet alleen te begrijpen, maar het steeds meer te gaan leven. En misschien is dat precies waarom ik de naam De vrouw die blijft zo passend vind.
Daarnaast heb ik het 10-weekse groepstraject Blijven in je lichaam, waarin je precies dit oefent in een kleine groep vrouwen. Juist omdat het contact met de ander vaak spanning oproept, iets schuurt en je de neiging hebt om jezelf te verlaten en je aandacht naar de ander te brengen. In deze groep oefenen we hier juist mee.
Je leert in beide trajecten niet om nooit meer weg te gaan bij jezelf. Je leert steeds eerder merken wanneer je dat doet. En steeds opnieuw terug te keren bij jezelf.


0 Reacties